| |
Geschreven door
Peter Buijsman in 2001.
Om in contact te komen met de auteur klikt u op de naam.
Het is 18:00. De hele familie zit gezellig aan tafel te eten. De
telefoon gaat. Het is iemand die u graag een nationale krant wil
aanbieden voor een fantastisch tarief. Geirriteerd hangt u op. Nog geen
tien minuten later, u heeft uw dessert nog niet eens op, gaat de
telefoon weer. Ditmaal gaat het over beleggen. Of u wel het maximale
rendement haalt uit uw spaargeld.
Vraag een willekeurige Nederlander wat hij of zij vindt van callcenters,
en het zal een overwegend negatief verhaal worden. Veel mensen
associeren ongewenste vormen van telemarketing met het begrip
callcenter. Maar een callcenter is veel meer dan een broedplaats voor
verkooppraatjes rond etenstijd.
Callcenter
Wat is een callcenter? Letterlijk vertaald is het een plaats waar gebeld
wordt. Veelal betreft het een grote ruimte waar zij aan zij werkplekken
zijn opgebouwd met als belangrijkste items op het bureau een PC en een
telefoon. Dit kan een helpdesk zijn van een internetprovider, een
klantenservice van een supermarktketen of wellicht een bureau dat namens
andere bedrijven prospects belt met als doel het omzetten van de
prospects naar klanten voor dat bedrijf. De mensen die aan de telefoon
zitten worden 'agents' genoemd, omdat zij als een ambassadeur werken
voor het bedrijf namens wij ze de gesprekken voeren.
Elk zichzelf respecterend callcenter maakt gebruik van apparatuur die
gespecialiseerd is in het afhandelen van grote hoeveelheden
telefoongesprekken. Voor inkomend telefoonverkeer wordt gebruik gemaakt
van een ACD, een Automatic Call Distributor ofwel een apparaat dat de
inkomende telefoongesprekken verdeelt over de medewerkers. Enkele
tienduizenden gesprekken per maand zijn voor een callcenter van enig
formaat geen probleem. Deze ACD apparatuur verschilt daarom ook van
reguliere huis, SOHO en bedrijfscentrales.
Het verschil
Vrijwel elk groot bedrijf bezit een eigen telefooncentrale. Vaak is er
een nummerreeks aan deze centrale gekoppeld zodat mensen direkt van
buiten zijn te bereiken. Met zo'n centrale is het ook mogelijk om gratis
intern te kunnen bellen en om allerlei persoonlijke instellingen door te
voeren, zoals chef/secretaresse schakelingen of een doorschakeling naar
een mobiel nummer. Het belangrijkste is echter dat iedere telefoon een
eigen nummer heeft, elke telefoon is persoonlijk. Bij een callcenter is
de situatie anders. Als mensen een klantenservice bellen maakt het ze
niet zo veel uit wie ze aan de lijn krijgen, als ze maar geholpen
worden. De klanten hebben er geen belang bij een specifiek persoon aan
de telefoon te krijgen, iemand die hun probleem kan aanhoren en, liefst,
oplossen voldoet. Daarom bezitten agents vaak geen persoonlijk
telefoonnummer, maar zijn ze bereikbaar door het bellen van een algemeen
nummer. Van te voren is niet te voorspellen wie de klant te woord zal
staan. Dit is namelijk het resultaat van business rules die in het ACD
systeem zijn opgeslagen.
Routering
Deze business rules vormen een belangrijk deel van de manier waarop
telefoongesprekken worden verwerkt, ofwel hoe de routering verloopt. Een
overbekend onderdeel van deze business rules zit verpakt in iets wat men
een IVR noemt. Deze Interactive Voice Response vindt tegenwoordig vaak
plaats door het geautomatiseerd stellen van enkele vragen aan de klant
om bijvoorbeeld achter de reden te komen dat de klant belt. Klanten
worden dan geacht antwoord te geven op vragen als: "Belt u voor
storingen, toets 1. Belt u voor vragen over onze produkten, toets 2." De
business rules kunnen vervolgens voorschrijven dat klanten die een één
toetsen naar de helpdesk medewerkers gaan, en klanten die een twee kozen
naar de verkoop afdeling. De business rules kunnen verder ook
voorschrijven dat als een klant na 3 minuten nog niet geholpen is hij de
mogelijkheid krijgt zijn naam en telefoonnummer achter te laten. Of er
wordt gekeken welke agent het beste de klant te woord kan staan op basis
van bijvoorbeeld talenkennis of historische gesprekken die die klant
gevoerd heeft. Welke mogelijkheden precies allemaal kunnen worden
opgenomen is afhankelijk van de mogelijkheden die het ACD systeem bevat.
Contactcenter
In de hedendaagse levensstijl is het niet alleen telefoneren wat de klok
slaat. Ook gewone post, fax, internet en in mindere mate WAP en SMS
kunnen manieren zijn om in contact te treden met een bedrijf. Een
bedrijf moet daar wel op zijn ingespeeld. Veel bedrijven overschatten
zichzelf als het aankomt op de bedrijfsprocessen die nodig zijn om
effectief om te kunnen gaan met alle media vormen die klanten kunnen
gebruiken om een bedrijf te benaderen. Het resultaat is dat als een
klant een brief stuurt naar een bedrijf dat is ingericht op
telefoongesprekken de brief wel eens niet beantwoord zou kunnen worden,
enzovoorts. In het callcenter van de nabije toekomst zal er dan ook
gedaan moeten worden aan wat men mediablending noemt. Dit betekent
zoveel als dat alle ingangen die klanten kunnen gebruiken om in contact
te treden met een bedrijf op eenduidige manier worden verwerkt. Dus,
faxen worden automatisch ingescand en als e-mail bij de agent aangeboden
samen met echte e-mailtjes van klanten en binnengekomen SMS berichten.
Een klant die via de website van het bedrijf heeft aangegeven
teruggebeld te willen worden, die wordt teruggebeld zodra een agent
beschikbaar is. In feite kan men hier dus niet meer spreken over een
callcenter, omdat er veel meer wordt gedaan dan alleen maar bellen. De
term contactcenter is hier meer op zijn plaats: een plek waar alle
klantencontacten worden afgehandeld.
CTI
Op het moment dat een agent meer doet dan alleen maar telefoongesprekken
voeren, zoals e-mail van klanten beantwoorden, wordt de interactie
tussen PC en ACD erg belangrijk. Immers, een agent die een e-mail aan
het beantwoorden is kan niet tegelijkertijd een klant telefonisch te
woord staan. Althans, niet als het niet ten koste mag gaan van de
kwaliteit van een van beide handelingen. Dit is het punt waar vormen van
Computer Telephony Integration, of kortweg CTI, om de hoek komen kijken.
Immers, met een koppeling tussen de computer en telefoonsystemen is het
mogelijk in de gaten te houden dat er e-mail is binnengekomen en of er
een agent beschikbaar is om deze te beantwoorden. Een agent die deze
taak heeft gekregen wordt dan vrijgehouden voor telefoontjes, tot deze
heeft aangegeven dat het mailtje is verwerkt. Met CTI is het ook
mogelijk om de agent informatie te geven die de klant (al dan niet
persoonlijk) heeft verschaft. Een handmatig gegeven klantnummer of
automatisch meegestuurd telefoonnummer kan een agent behulpzaam zijn bij
het snel raadplegen van de klantgegevens, helemaal als de computer de
relevante informatie al op het scherm toont voor de klant is
doorverbonden met de agent.
VoIP
Traditioneel werken computernetwerken via een ander netwerk dan
telefonienetwerken. Elke telefoon heeft een eigen, direkte verbinding
naar de centrale terwijl computernetwerken hun werk doen op basis van
bijvoorbeeld IP adressen. Van de stap CTI lijkt het nog maar een kleine
stap naar totale integratie van deze twee gescheiden netwerken. Immers,
het is heel goed mogelijk om spraak via een computerverbinding over te
brengen. Een techniek daarvoor is Voice over IP, waarbij IP staat voor
Internet Protocol. Deze techniek maakt het mogelijk om met de normale
Office LAN omgeving spraakverbindingen te maken. Een voordeel daarvan is
dat er geen dure investeringen hoeven te worden gedaan in de vorm van
telefonie apparatuur. Een nadeel is dat het LAN wel geschikt moet zijn
voor deze mix van computer gegevens en spraak gegevens. Immers, een
gebruiker die zijn favoriete website bezoekt mag daarbij niet alle LAN
capaciteit opsnoepen, zodat de VoIP gesprekken die over datzelfde LAN
gaan in de verdrukking komen. Dat vereist intelligente apparatuur die
prioriteit kan stellen tussen deze verschillende bandbreedte behoeftes.
Dit is uit kostenoverwegingen vaak niet aanwezig binnen bedrijven. Dit
maakt het voor veel bedrijven al minder interessant om over te stappen
op VoIP: het zou betekenen dat er naast de aanschaf van VoIP apparatuur
plotseling ook nog het reeds bestaande data-netwerk zal moeten worden
opgewaardeerd. De apparatuur die nodig is om met VoIP te werken
verschilt enigszins per fabrikant. Over het algemeen zullen er de
volgende onderdelen aanwezig zijn. Een exchange of gateway, die de brug
vormt tussen de VoIP gesprekken en de normale gesprekken. Het moet
immers mogelijk zijn om als VoIP gebruiker gesprekken te voeren met
niet-VoIP gebruikers. Die vertaalslag wordt hier gedaan.
Een controle centrum dat belast is met de functionaliteiten van de
aangesloten VoIP apparatuur, zodat deze de juiste gesprekken krijgen en
de mensen alle functionaliteiten kunnen gebruiken die ze nodig hebben.
Een stukje netwerk intelligentie die er voor zorgt dat de verbindingen
met de telefoons bewaakt worden.
Met de huidige stand van zaken is VoIP niet geschikt voor de grotere
callcenters met meer dan 50 agents als de betrouwbaarheid en uptime
belangrijk zijn. Veel callcenters vereisen een uptime die hoger ligt dan
98%. Met VoIP komt men momenteel tot ongeveer 92%, wat dus niet genoeg
is. In test omgevingen waar uptime niet meetelt kan men reeds vele malen
meer agents aansturen en de prognose is dat binnen 4 jaar callcenters
tot 5.000 agents met 98% uptime geen probleem zullen zijn. De overstap
van een traditioneel callcenter naar een VoIP omgeving is momenteel nog
niet vanzelfsprekend. Het is een heel ander produkt, wat toevallig
hetzelfde einddoel heeft: contacten onderhouden met klanten.
Eerder
verschenen in Connexie
Bron:
http://www.bryte.net/diversen/detail.asp?id=1
|
|